
"The Western is the only true American artform" heb ik Clint Eastwood eens in een interview horen zeggen (hetzelfde zei hij ook een keer over jazz, maar wellicht geldt het voor beiden) en hij heeft misschien wel gelijk. Al bijna een eeuw blijft de Western tot de verbeelding spreken en het genre is in al zijn aspecten volledig uniek. Wat maakt de Western een Western? Issues als goed en kwaad en moraal worden opgevoerd op het scherpst van de snede, alles geprojecteerd tegen een achtergrond van weidse landschappen en overweldigend natuurschoon. Het roept een nostalgie en een verlangen op naar een tijd waarin het leven simpeler was en de keuzes in het leven makkelijker.
De Western is als genre tot alle mogelijke hoeken en gaten uitgemolken. Het hele genre is zo'n cliché geworden dat alle ingrediënten zich bij iedere aardbewoner inmiddels diep in het onderbewuste hebben genesteld.
En toch, en toch is het leuk als er weer eens een regisseur zo moedig blijkt om weer eens zo'n bak clichés ter hand te nemen en er zijn eigen draai aan te geven, weliswaar in een remake, maar toch...
En wat een lekker vette Western is 3:10 to Yuma geworden. Wat wil je ook, met Christian Bale en Russel Crowe tegenover elkaar in beide hoofdrollen? Eigenlijk spelen ze beide één andere kant van hetzelfde personage, en daarin schuilt ook de kracht van deze film. De boef herkent iets van zichzelf in de goeierd, en vice versa. Zodoende bereiken ze beiden een soort verlossing aan het einde (erg christelijk van thematiek, maar ook dat hoort nu eenmaal onlosmakelijk bij het genre)
Er waren hier en daar wat scriptzwaktes en de supporting cast vond ik hier en daar wat kleurloos, maar daar stonden dan weer uitmuntend gemonteerde vuurgevechten tegenover. Overigens was het wel een echte kerelsfilm, want de vrouwenrollen waren zo goed als non-existent.
Al met al helemaal geen slechte film en de lekkerste western die ik zag sinds 'Open Range'
Een 8
Geen opmerkingen:
Een reactie posten